
foto: Erik van Leeuwen
‘Het ging meteen hard vandaag’, zei Hilda Kibet na afloop van de Halve van Egmond. Ze werd zondag derde in de veertigste editie van de klassieker. ‘En na 18 kilometer ging het nog harder, te snel voor mij.’
Kibet kampte een paar weken geleden met een flinke verkoudheid. ‘Ik liep op 60 procent vandaag’, zei ze tijdens de persconferentie. ‘En ik ben tevreden, want ik heb hier vandaag toch harder gelopen dan voorheen.’

foto: Barbara Kerkhof
Ze streed lange tijd mee met de kopgroep met daarin Florence Kiplagat, Flomena Chepchirchir en de latere winnares Meseret Haily (1.11.18). Pas na 18 kilometer wisten zij en Kiplagat (die in september debuteerde in 2.19 op de marathon) te ontkomen.
Tactische race
Ilse Pol werd zesde (2de Nederlandse) in een tijd van 1.13.27 na een mooie strijd met Heleen Plaatzer (1.13.29, een pr) en Andrea Deelstra (1.13.37). ‘Het was een tactische race; pas de laatste 500 meter kwam het aan op de eindsprint.’
Pol is net terug van haar eerste hoogtestage in Kenia. ‘Ik wist niet of het iets voor me zou zijn; je zit daar echt in de middle of nowhere. Maar het was geweldig. De natuur is er zo mooi, ik heb er fantastische trainingen gedaan. Het leven is simpel: twee keer per dag trainen, verder alleen maar slapen en eten. Ik herstelde er zo goed: heerlijk.’

foto: Barbara Kerkhof
Ze gaat nu trainen voor de 10 kilometer in Schoorl. In maart vertrekt ze voor een trainingskamp naar Mexico. Aansluitend loopt ze dan in Stanford (VS) een 10.000 meter om zich te kwalificeren voor de EK in Helsinki. En daarna? ‘Misschien wel een marathon’, lacht ze. ‘In het najaar. Maar dat staat nog met potlood geschreven.’
Kopwerk
Pol, Plaatzer en Deelstra raakten Miranda Boonstra op het strand al kwijt; het drietal bleef daarna bij elkaar tot een paar honderd meter voor de finish. Plaatzer: ‘Andrea deed heel veel kopwerk in de duinen. We hebben lekker gelopen met z’n drieën; we kwamen door in een pr op de 10 kilometer, 33.30!’ Ze gaat zich nu voorbereiden op de marathon van Rotterdam. Ze wil wel een stap maken, maar ze is zich ervan bewust dat het waarschijnlijk geen grote zal zijn. ‘Ik houd er niet van om me in de winter voor te bereiden. Daarom werk ik nu voldoende om in de zomer een langere tijd op trainingsstage te gaan. Dan hoop ik in een najaarsmarathon wel een grote stap vooruit te gaan.’
