Atletiek ontspringt de dans bij herverdeling topsport-middelen

De atletiek ontspringt de dans bij de ingrijpende operatie waarbij flink gesneden wordt in het aantal sportbonden dat mag blijven rekenen op financiële ondersteuning. Het geld gaat de komende vier jaren vooral naar sporten waar de toppers Olympische medailles winnen.
NOC*NSF wil focus leggen op de sporten waar medailles gewonnen worden bij mondiale toernooien en met name bij de Spelen, om een positie in de top 10 van de landenklassementen te bereiken. Bij de komende herverdeling van de financiële middelen in de topsport krijgen zij voorrang.
Dat impliceert dus keuzes voor die takken van sport waar de talenten en toppers kansrijk zijn en daar hoort de atletiek niet bij. Maar NOC*NSF is ook gevoelig voor het argument dat Nederland mee moet blijven doen in takken van sport die internationaal gezien veel aanzien genieten en daardoor aansprekend zijn voor het grote publiek. Bijvoorbeeld vanwege de rijke traditie en omdat er wereldsterren als Usain Bolt in rondlopen.

Verdeling nog niet duidelijk
De Algemene Ledenvergadering van NOC*NSF is dinsdagavond met 176 tegen 31 stemmen akkoord gegaan met deze uitgangspunten, vastgelegd in de Sportagenda 2013-2016. Hoe de financiële ruimte voor de topatletiek er de komende jaren uit zal zien, is nog niet af te leiden uit de plannen. Dat komt enerzijds omdat er nog geen verdeling is gemaakt, maar ook omdat nog niet duidelijk is hoeveel geld er naast de ongeveer vijftig miljoen van de Lotto vanuit de sponsors naar de sport gaat en wat de rijksoverheid in de komende, magere jaren over heeft voor topsport. Wat er van de bestaande topsportprogramma, op Papendal en in Sittard, na de Spelen van Londen overeind kan blijven, is dus voorlopig niet duidelijk. De bonden beschikken slechts over een – geheime – eerste indicatie.
Wel is duidelijk dat de topsport los zal komen te staan van de verenigingssport. ’De verenigingsdemocratie leidt tot traagheid in de besluitvorming, terwijl topsport vraagt om daadkracht en snelheid. Daarnaast is in de huidige systematiek sprake van bureaucratie en onvoldoende flexibiliteit en maatwerk bij het toekennen van financiële middelen. Naar goed buitenlands voorbeeld is de Nederlandse topsport gebaat bij een centrale organisatie die verantwoordelijk is voor de aansturing en organisatie van topsport’, zo is het uitgangspunt van NOC*NSF.

Atletiekunie voor
De Atletiekunie stemde voor het plan. De meeste bezwaren tegen de herverdeling kwam dinsdag van de kleinere, niet-Olympische bonden (zoals jeu de boule, zweefvliegen en de reddingsbrigades), die nu al kunnen concluderen dat hun topsporters weinig of geen bijdragen meer zullen kunnen krijgen en waarvan de sporters hun stipendium zullen verliezen.
‘Maar we gaan niet de 50 miljoen vanuit de Lotto verdelen over alle Nederlandse sporters en iedereen honderd euro geven’, aldus voorzitter André Bolhuis. ‘Maar iedere sport die de ambitie heeft bij te dragen aan de top 10-ambitie, zal kunnen blijven rekenen op ondersteuning.’

Sportagenda
In de Sportagenda voor de jaren 2013-2016 heeft het bestuur van NOC*NSF de veranderingen als volgt verantwoord: “Nederland weet in acht takken van sport (hippische sport, hockey, judo, roeien, schaatsen, wielrennen, zeilen en zwemmen) structureel medailles te behalen op de Olympische Zomer- en Winterspelen. 96% van de behaalde medailles sinds 1948 is gewonnen in deze sporten. Ook bij de Paralympische Spelen genereert een beperkt aantal sporttakken structureel de meeste medailles. De afgelopen jaren hebben we echter maar een kwart van de beschikbare collectieve topsportmiddelen in deze acht takken van sport geïnvesteerd. Willen we de Top 10-ambitie waarmaken, dan moeten we dus in ieder geval meer gaan focussen op deze acht sporten. Ook in het buitenland zien we dat steeds meer gefocust wordt op een beperkt aantal sporten en topsportprogramma’s.
Focus op bewezen succesvolle topsportprogramma’s mag echter niet leiden tot blindstaren. Het is juist van belang dat ook andere sporten de mogelijkheid krijgen om zich tot structureel presterend topsportprogramma te ontwikkelen. We hebben namelijk meer programma’s nodig dan de genoemde acht om onze Top 10-ambitie te realiseren.”

Zie hier een overzicht van de plannen bij Studio Sport:

Zie hier de toelichting van Jeroen Bijl van NOC*NSF: